“BROOD? OF SPELEN? Clownen met bootsvluchtelingen op Lesbos”, door Angelique Martens, maart 2016

12079922_891309384271966_3413158930303432819_o

Een strand op Lesbos, mensen zitten op de rand van de weg, kinderen rennen wat heen en weer. Er is even geleden een rubber bootje aangekomen. Mensen wachten op de bus naar het registratiekamp. We lopen wat voorzichtig rond. Wat kan je doen in een omgeving waar mensen net voor hun leven zijn gevlucht en doodsangsten hebben uitgestaan op een rubberen boot…?
We hebben spullen om uit te delen, het is fijn dat we ook wat te geven hebben. Jet begint met schmink. Dat is leuk, alle kinderen willen ook een rode neus. En blauwe strepen. En groene strepen. Jet is goed bezig. Ik heb geen schmink, dus ik loop door. Ik speel met vingerpoppetjes en geef er af en toe eentje weg. Dan kunnen we samen spelen. Alleen overwint het verlangen tot bezit het bij de kinderen van het verlangen tot spelen. 1610819_915243115218413_6326079883431004159_nZoals wel vaker gebeurt bij kinderen. En bij volwassenen. Dan ben ik alleen nog maar aan het uitdelen en alles eerlijk aan het verdelen. Dat gaat soms zo hectisch dat ik niet meer weet wie ik wat heb gegeven. En het ene zielige gezichtje na het andere komt opdagen. Voor het broertje. Voor het zusje. Voor het neefje of nichtje.

Wie is het zieligst?

Een meisje met streepjesbroek en een witte patronentrui komt op me af.
Ze wil een knuffelpop, maar ze heeft er al een gehad en ik heb niet wat ze hebben wil. Armen over elkaar, nukkig gezicht. Tsja, wat nu. Ik ben hier toch om de kinderen op te vrolijken. Ik doe ook mijn armen over elkaar en kijk nukkig terug. Ze kijkt me schuin aan en haar mond trekt een beetje omhoog. Ze doet haar armen nog strakker over elkaar en trekt een nog nukkiger gezicht. Ik probeer haar te overtreffen in nukkigheid. Een beetje spannend, ik heb geen idee of ze beledigd zou raken of niet. Niet dat ik erover nadenk, dan had ik het misschien niet gedaan (want dan lijkt het net alsof ik haar niet serieus neem en met haar spot).
Ze moet lachen. We blijven elkaar overtreffen, nukkigheid gaat over naar huilen. We doen wie het meest ontdaan is en huilen zo dramatisch mogelijk, om de beurt. Er komen een paar jongere kinderen om ons heen staan. Die zien wel wat in ons spelletje en doen al vrolijk huilend mee. Eentje huilt en de anderen slaan bemoedigend op de rug, ‘oooh’ en ‘aaah’ roepend. Dat is het spel. En hoe dramatischer hoe lachwekkender.

12144777_10207932527180761_3016496880441977028_n

Op…

Later beland ik in een soortgelijke situatie. Een situatie waar ik me even geen raad mee weet, maar waarin ik wederom iets kan omdraaien. Kinderen om me heen, ze willen allemaal een ballon. Maar mijn ballonnen zijn op. Teleurgestelde gezichtjes. En maar ‘ballon ballon’ blijven roepen, zo smekend mogelijk kijken, je weet maar nooit.
Ik haal mijn schouders op, ik heb echt niks meer. Ik ga ermee spelen. Rare bewegingen om duidelijk te maken nee ik heb niks. Ze vinden het zowaar grappig en gaan mij weer nadoen. En af en toe komt er nog een ballon tussendoor. Ik draai het om, ik kijk de kinderen smekend aan en vraag om ballonnen. ‘Jee wat flauw van mezelf’, denk ik nog. Maar ze vinden het grappig. Het wordt een spelletje… Zij gaan hard ‘ballon ballon’ roepen, en ik gag heel zachtjes terugroepen. Dan beginnen ze weer heel hard te schreeuwen. Daar schrik ik dan weer zogenaamd van en doe alsof ze heel stilletjes moesten doen. Ze gaan steeds harder schreeuwen, ze hebben de grootste lol. Ze zijn niet te stoppen, en dat voelt ook even spannend… Het lijkt wel alsof ze zo gretig zijn, geobsedeerd bijna, om een spel te spelen, om even los te gaan en plezier te hebben, dat ze niet bereid zijn om dat zomaar weer los te laten.

Spelen met dat wat er ECHT is

Wat een indrukwekkende ervaring voor mij…
Tussendoor de gedachten “ Ehhh, is dit nou clownen?” Voor mijn gevoel heb ik gewoon gespeeld met wat er was. Zonder na te denken of het wel kon, of ik het wel kon maken, of ik niemand zou beledigen. Anders had ik het waarschijnlijk niet gedurft, bang de ander te beledigen. Al spelende dacht ik vol ongeloof, kijk ons nou, doen wie het meest verdrietig is en het hardst kan huilen, in een situatie die zo schrijnend is dat ik nauwelijks hoef te doen alsof. En we lachen erom.

Spelen… Broodnodig!!!
 
 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *