Alle berichten van Kirsten Lüpke

Clowns op missie: WALKING AS ONE @ St. Maarten, door Dagmar Schaap, maart 2018

“We need an army of clowns(…)’’, zo begon de oproep van Albina Matuzko eind 2017, niet lang nadat orkaan Irma over Sint Maarten raasde en een spoor van vernieling achterliet.
Vanaf het eerste moment dat ik die oproep las, ging mijn hart sneller kloppen en mijn bloed sneller stromen. Ik wil al langere tijd iets betekenen op een plek in de wereld. Niet snel tussen het ‘gewone’ leven door iets goeds & leuks doen, maar mijzelf minimaal een aantal dagen onderdompelen in een andere wereld, maximaal contact maken met andere mensen in het moment, het spel laten ontstaan en daarmee harten te openen. Een boel overtuigingen schreeuwden om aandacht, maar deze roep was sterker en voor ik het wist, had ik geboekt!
En zo verscheen op zondag 25 februari 14u30 lokale tijd het prachtige uitzicht van Sint Maarten voor mijn ogen; een prachtige zee, palmbomen; de schoonheid ontroerde mij. Toen sprak de piloot tijdens de landing: “Dames en heren, als gevolg van orkaan Irma is er een alternatief vliegveld en kan inchecken langer duren dan u gewend bent. Onze excuses voor het ongemak.” Ongeveer tegelijkertijd verscheen ook chaos aan de horizon. Omgeslagen, stukgeslagen schepen op het strand, huizen zonder dak, zonder voordeur. En weer kwamen tranen op. Dit wordt een heftig weekje, dat voelde ik toen pas écht.

Een paar uur later waren we compleet. 17 mensen uit Nederland, 16 clowns en een filmer/fotograaf, klaar om zich een week te geven aan de inwoners van Sint Maarten. Wat een beleving, wat een avontuur.
We speelden bij locaties van het Wit-Gele kruis voor en met ouderen in verzorgingshuizen, met verstandelijk beperkten (of veel treffender gezegd ‘the mentally challenged’) en in het baseball stadium.
We liepen een ‘WALKING AS ONE’ bij en met inwoners van Cay Bay, een minder goed bedeelde wijk op Sint Maarten. De wijk in. Liefde verspreiden, in de vorm van stoepkrijthartjes, knuffels, pluche harten, plakhartjes en/of een gesprek. Ieder op zijn eigen manier, maar wel samen… WALKING AS ONE.

We speelden in het ziekenhuis, met verplegers en patiënten van alle leeftijden, hadden plezier met kinderen in twee weeshuizen en zagen een aantal daarvan enthousiast nog een keer bij het geven van workshops clownerie en circus in groep 1 t/m 8 op een school voor speciaal onderwijs.
Ik denk terug en weet, ik had dit avontuur voor geen goud willen missen. ‘Het is magisch’, zei 1 van mijn favoriete clownsgenootjes geëmotioneerd op de laatste avond. En magisch was het. Zoveel harten bereikt, zoveel lachen gecreëerd, individuen laten stralen, zoveel liefdevolle blikken uitgewisseld. Dit was een succes. Clowns op een missie. Walking as one. Een prachtig idee dat een minstens zo prachtige uitvoering kreeg.

Nog steeds voel ik het handje van een kind in mijn hand, speelt de dementerende vrouw in stilte met mijn handen. Ik lach nog steeds met de jongen om het spel dat wij speelden. Een grote glimlach verschijnt om mijn mond. Ik ben nog steeds geraakt door de vrouw die mij aansprak toen ik in mijn clownstenue alleen stond te wachten voor het ziekenhuis. Haar dankbaarheid, haar woorden met zoveel verdriet en oprechtheid over hoe zwaar het was na orkaan Irma. Haar dankbaarheid. De uitgesproken dankbaarheid van zoveel anderen die wij op Sint Maarten mochten ontmoeten. De niet aflatende moed en het vertrouwen, de openheid en nogmaals, de dankbaarheid. Het was een kort gesprek met een lange uitwerking. “Bedankt dat jullie dit aan ons geven”, zei ze. “Bedankt dat wij van jullie mogen ontvangen”, zei ik. En ieder van ons ging weer haar eigen weg.

Tijdens dit schrijven wellen naast mijn herinnering alle emoties weer op. Wauw. Ik ben getuige geweest van prachtige mensen in een prachtig landschap. Ik heb mij ingebeeld hoe het zou zijn om als inwoner van Sint Maarten elke dag geconfronteerd te worden met de vernieling. De zeecontainers die als een ingedeukt pakje boter langs de kant van de weg liggen, geknakte palmbomen, resten bouwmaterialen die nog niet zo lang geleden samen een thuis voor iemand waren. Het is allemaal afval geworden. Afval als stillevend bewijs van een traumatische beleving. Er is al heel hard gewerkt aan dat beeld. En er is nog heel veel te doen. In de tussentijd zuigen de mensen daar geluksmomentjes op. Ik zag het, ik voelde het. Zodat zij door kunnen blijven gaan. En een paar dagen mochten wij bijdragen aan een lach, aan positiviteit, gaven wij hen onze aandacht. En ik leerde; hoe meer je geeft, hoe meer je ontvangt. Ik heb het ervaren. En heus, 17 mensen, 1 eiland, 3 verblijven, 2 auto’s en 16 speellocaties in een week, het is een uitdaging! En het was het allemaal waard. Every step, every heartbeat, every smile and every tear.

Ik kan niet beschrijven hoe trots en dankbaar ik mij heb gevoeld. Hoe groot en klein ik mij voelde. Hoeveel liefde door mij heen is gegaan. Ik kan je niet leren de lessen die ik heb geleerd. Wat ik je wel kan zeggen is dat het voor mij een enorme verrijking is geweest zoveel te mogen spelen voor al die dankbare mensen uit zoveel verschillende doelgroepen. Ik ben gegroeid als clown, sta steviger in mijn clownsschoenen en ben een beter mens. Echt. Dat is wat gebeurt als je je hart geeft aan een missie. Walking as one. Gewoon omdat het kan.
Wat kan ik nog zeggen? Mocht je ooit voelen dat jouw clown @work wil op een speciale plek op de wereld, dichtbij huis of juist ver weg, iets wil betekenen, dan doe het! Gooi al je aarzeling naast je neer, begin met sparen, vraag je kinderen, check je werk; zet een stap! Want die ene stap, daar is waar je reis gaat!

Dagmar Schaap
Deelnemer WALKING AS ONE 2018, Sint Maarten

Met speciale dank aan: Kirsten Lüpke van ClownSpirit voor haar inspiratie en begeleiding, Annemiek van Haaren voor haar initiatief, organisatie en doorzettingsvermogen, Levi Verhoef voor het vastleggen van de prachtige beelden en zijn aanwezigheid, Albina Matuzko voor haar noodkreet en inzet om ons zichtbaar te maken en daarmee inwoners te inspireren met een clownshart op het eiland Sint Maarten. En last but not least, dank aan de 15 clowns die met mij lachten, mij ontroerde, steunde, irriteerde en vooral inspireerde tijdens onze missie. Dank! ♡

OPROEP UIT ST. MAARTEN: Leger van clowns gezocht

Lieve, mooie Clowns van Nederland,

Graag wil ik mij even voorstellen; mijn naam is Annemiek van Haaren en ben momenteel in het tweede jaar bezig met de opleiding Clown en leven.

Als Clown zeg ik JA tegen alles wat op mijn pad komt. Zo kwam op mijn pad, een bericht vanuit St. Maarten van Albina Matuzko via Facebook; ”Gezocht Clowns voor mensen op St.Maarten” JA, ik wil graag helpen en heb contact met haar gezocht. Ik heb haar beloofd, om mijn uiterste best te gaan doen, om een aantal Clowns te gaan vinden, die met mij mee willen richting St. Maarten. Met de informatie die ik van Albina krijg, wil ik ook een sponsoring op touw zetten, om haar met een aantal projecten te kunnen ondersteunen en een bijdrage aan de Clowns voor de reis te realiseren.

In de bijlage is een brief die gestuurd is voor de Clowns without borders, hierin wordt omschreven hoe belangrijk deze missie is.

Dus volmondig JA zeggen, is dan ook nu de reden dat ik deze brief aan jullie schrijf. HELP

In het kort heb ik het in het Nederlands vertaald welke hulpvraag zij heeft.

Voor al mijn Clowns vrienden en collega’s over de hele wereld.

Weer een aantal weken geleden sinds Irma “de meest furieuze orkaan in de Caribische geschiedenis” insloeg op het mooie eiland St. Maarten.

Velen van ons hebben de beelden zeker gezien de verwoestingen die Irma teweeg heeft gebracht op dit mooie eiland. Om te overleven, (schreef Albina)volg je je natuurlijke instinct, wat boven je creatieve instinct gaat ,op dat moment.

Ze geeft aan dat haar gedachten niet stil staan. Ze is hard aan het werk, om van alles te realiseren, voor de nu zo kwetsbare mensen,van jong tot oud, als het gaat om de psychische chaos waarin ze zich bevinden.

Er wordt momenteel door de Nederlandse en Franse overheid zoveel mogelijk hulp geboden, om orde in de chaos te scheppen. Zij zijn super in het fysiek helpen met schoonmaken en herbouwen.

De mensen van St. Maarten zijn ook sterk, ze willen laten zien dat ze oké zijn en dit is zeker de kracht die in hun schuilt, maar ze hebben écht meer nodig dan dat.

Net zo als de bladeren de boom beschut, zodat hij van binnen uit weer kan groeien en sterk kan worden, zo hebben deze mensen de warmte, liefde en de gulle lach van ons Clowns nodig.

Ja, legers van Clowns zijn geen initiatief van een regering, maar als Clowns kunnen we wel een leger maken en zo de harten van velen weer raken.

Albina probeert Clowns op te roepen, om al is het maar voor even, mensen weer een ervaring van een lach te geven en contact te krijgen ,wat hun werkelijk raakt. Mensen op dit eiland kennen deze vorm van Clownen nog niet, hierdoor kunnen we hopelijk ook Albina helpen, om hiermee kennis te laten maken, zodat zij het voort kan zetten.

Wie wil samen met mij naar St. Maarten? Alles is nog bespreekbaar, wanneer en hoe. Accommodatie wordt verzorgd.

Mijn gegevens zijn;
Annemiek van Haaren en ben te bereiken op telnr. 0627909123 mijn mailadres is; javanhaaren@live.nl

Heel graag tot horens en ziens, een lieve groet,

Annemiek

“Sprong in het diepe- spelen op straat”, door Marija Lupi, juli 2017

 Dit is een verslag van de afsluiting van het 1ste jaar van de clownsopleiding, spelen op straat, als groep en individueel. Na de laatste voorbereidingen ‘s ochtends in de Tuinzaal en heel veel kriebels vertrokken we per bus naar de binnenstad.
Daar begint Marija’s verslag…

“Eenmaal in de stad het juiste speelplekje te hebben bepaald, kwamen de kriebels goed in mijn buik! We zouden starten met de groepsact, in een polonaise de leider Margreet volgen. De zinderende spanning en energie van mezelf en de anderen kon ik goed voelen. We deden een energizer in het steegje en daarna, hop het diepe in! Dat voelde wel even zo, maar wel met de nodige zekerheid van ‘we hebben zwembandjes om’.
De stad was zonnig en druk, de sfeer gezellig en gemoedelijk. Ik had al gauw erg veel lol met mezelf en in de rij goed aansluiten als het soms lichtjes saboteren. Maar ook vooral veel kijken en contact maken, blikken wisselen met mensen, glimlachen, zwaaien, zuchten, commentaar geven.. ik gloeide al gauw en stond helemaal aan. We kregen ook veel reactie, we werden echt gezien en gehoord met z’n allen. Wat ook onmogelijk anders kon, omdat we een grote bonte verzameling vormden met elkaar. Margreet was een fijne leider, ze bewoog flink door de straat, maar nam de tijd dat iedereen haar kon volgen. Ik ervoer veel spelplezier in de rij en onderling ook. Halverwege ging Margreet plots haar leiderschap doorgeven. Ik was totaal verrast en had het niet zien aankomen; ik was ineens de leider! Ik merkte dat ik direct dacht: ‘hoe is mijn clown als leider? Ik weet het niet, ik weet het niet, wat moet ik doen in godsnaam?!” Maar tegelijk ben ik maar ‘wat’ gaan doen. Ik vond het wel leuk, maar merkte dat het volgen in de rij me innerlijk plezieriger afging. Vast iets met het gevoel van verantwoordelijkheid en het goed willen doen. Ik twijfel of ik wel goed in contact was met de groep terwijl ik leider was of dat ik te veel op mijn eentje bezig was.. Maar het is gegaan zoals het is gegaan en daar ben ik oké mee. Ik merkte op een gegeven moment dat ik het leiderschap wilde weggeven. Op dat moment leek de enige wakkere in de rij Patries te zijn, die zat echt nog vol in het spel en in haar rol. Ze stond heel trots en hoopvol te kijken, ik heb toen direct intuïtief haar gekozen. Het volgen vond ik vervolgens ook echt weer leuker. Ik stond ook helemaal achteraan in de rij met mijn korte lengte en had lol in die positie; ik kon echt moeilijk zien wat er vooraan gebeurde en heb dat omgezet in spel; overal wat traag achteraan hobbelen of op reageren.
Op een gegeven moment nam Margreet te boel weer over. Ik herinner me een leuk moment aan interactie met een ouder stel wat ergens in de straat stond. Ik was erg aan het zuchten, blèh doen en commentaar aan het geven op de leider, daar moest dat stel erg om lachen. Al verplaatsend ben ik met hun contact blijven houden, heel grappig en tof! Een ander moment dat ik erg leuk vond was spelend met mijn rok, al wapperend omdat het zo warm was, terwijl ik eigenlijk in de rij moest aansluiten. Ik herinner me zoveel plezier met mezelf.


Het spelen alleen was ook ZO heerlijk. Het had voor mij nog veel langer kunnen duren. Ik was zo blij en speels met de mensen en mijn eigen clown. Ik groeide vlot in het verlegen wiebelen, lopen, kijken door de verrekijker, van onder voorzichtig kijken, glimlachen, zwaaien.. Ik keek geregeld naar opvallende schoenen, gekleurde shirts en voorbij lopende honden. Ik had enorm veel interactie, mensen reageerden veel, veelal met een grote glimlach. Ik voelde me ook erg vrij om mensen aan te kijken, van jong tot oud. Wat ik opvallend vond, als single vrouw ben ik toch met leuke mannen geremd in het contact, maar nu als clown registreerde ik dat ik nu wel veel meer durfde contact te maken als verlegen clown en dat ik ook brede vertederende glimlachen terug kreeg. Dit heeft wel wat met me gedaan, als mogelijkheid; om als gewone Marija ook iets meer mijn verlegen kant te laten zien.

Het op straat spelen was voor mij één grote succeservaring. Dat ik zo vol en intens de speler in mijzelf voel en ervaar en tot uiting wist te brengen, zo wakker, zo aan, eindelijk weer, dat is zo fijn en kloppend gevoel! En ja, het ging gewoon heel goed heb ik gezegd. Wat ik ook echt zo vind, maar tuurlijk hoor ik op de achtergrond een stemmetje dat zegt dat ik overdrijf, mezelf opblaas of arrogant gedraag… tja…
Het was erg leuk en het ging erg goed! En dat stemmetje is er ook. Het was en is er allemaal. En voor nu kan ik dat even prima hebben. Wat tevens ook zeer prettig is.”

Marija Lupi

“Een ontmoeting voor het leven, Walking as One…” door Marco Kampstra, september 2016

IMG_0642[2]

‘Let the sunshine in’. Een thema dat heel goed past bij Walking as one. De zon scheen volop in de binnenstad van Utrecht. Het bekende bolletje in de lucht, maar ook in de harten van 30 clowns en na deze editie in de harten van honderden mensen die de clowns tegenkwamen.

Afgelopen 14 september werd de zesde editie van dit evenement georganiseerd. Met Clown Zappie mocht ik voor de vijfde keer mee doen. Elke keer is het weer een bijzonder moment om met zoveel clowns op pad te gaan en te ontdekken wat er gaat gebeuren op straat.

Clown Zappie loopt over de Oudegracht in Utrecht. Vele mensen passeren hem zonder te kijken. Een enkeling kijkt verbaasd en op het eerste gezicht zijn de mensen nog niet echt geïnteresseerd in een groep clowns. Maar is dat wel zo? Velen hebben misschien van binnen toch dat zonnetje gevoeld.

Op de brug staat een meisje met haar moeder. Ze bekijkt van een afstandje de clowns. Een beetje spannend is het wel. Zappie zwaait. Voorzichtig zwaait het meisje terug. Een clown is toch wel een beetje spannend. Het terugzwaaien is voor Zappie het teken dat hij wel een beetje dichterbij mag komen. Hij zwaait nog een keer. Het meisje zwaait iets voorzichtiger terug en doet een klein stapje achteruit. Zappie doet ook een stapje achteruit en opnieuw is er contact. Samen bewaren ze deze afstand en kijken elkaar aan. Ze zwaaien af en toe, lachen af en toe en na een tijdje loopt Zappie weer door. Dit is voor mij waar Walking as one over gaat. Voor een buitenstaander is er op het eerste gezicht niet zoveel aan de hand, maar voor Zappie en het meisje is dit een mooie ont-moeting. Ze komen elkaar tegen op straat, kennen elkaar niet, maar hebben toch samen een momentje waarin niks moet.

Een ont-moeting voor het leven.

Marco Kampstra

walking-as-one-06-06-12-003

Hier een p.s. van Kirsten: Binnenkort verschijnt “Zappie is verliefd”, een mooi kinderboek met prachtige prenten waarin Clown Zappie als persoane centraal staat. Wil je hem hebben? Mail dan naar <info@zapflits.nl

 

Clownen vanuit je hart? Echt niet!

 Walking as One Charlotte en Anna

Een tijd geleden plaatste clownsdocent-collega Esther Hak in een Facebookgroep een plaatje met een tegelwijsheid “Ik geef mijn hoofd een poos verlof, het woord is aan mijn hart”. Andere collega Joscha de Boever plaatste er een reactie onder waarin ze juist haar liefde voor ‘haar hoofd’ prees. Haar hoofd waar alle leuke ideeën vandaan komen. En dat ze haar hoofd graag laat samenwerken met haar hart.
Wat een leuk en boeiend thema, dacht ik. Ik dat niet een blog waard?
Graag deel ik met jullie mijn gedachten erover, jawel, mijn GEDACHTEN.
Gedachten die me trouwens zeer aan het HART gaan…;-)

Leven vanuit ons hart?

Ik was blij met Joscha’s reactie. Ik kom het veel tegen bij mensen die workshops en trainingen bij me komen doen. Mensen verlangen erna om ‘vanuit hun hart’ te leven, en ‘uit het hoofd’ te komen.
Dat verlangen is vaak diep, vol passie en heel echt. Dat verlangen gaat ergens over, over iets wezenlijks. Het raakt me enorm als mensen hierover delen. EN… ik zie ook dat er veel verwarring is rond dit thema..
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: we kunnen niet vanuit ons hart leven.
Zo, dat is eruit. Met het risico dat ik de hele new-age-beweging op mijn dak krijg…stel je voor, als die cursussen… Om eerlijk te zijn had ik dat een paar jaar geleden zelf nog zo kunnen verkondigen: “Wil je leven vanuit je hart? Kom dan clownen!”
Maar het is simpelweg onmogelijk om vanuit ons hart te leven. Onze drijfveer, onze impulsen voor wat we doen in ons leven komen niet voort uit het hart. Ze hebben hun oorsprong in het denken. – Of eigenlijk…in de geest…maar laat ik dat verschil voor nu parkeren en het simpel houden…– Het hart is de plek waar al onze gedachten resoneren, ons klankbord als het ware. Met ons hart kunnen we waarnemen of wat we denken of doen in ‘alignment’ is met wie we zijn of willen zijn of tewel met ons hogere zelf. – Aan elke emotie gaat een gedachte vooraf. Kijk maar heel goed, dan ontdek je dat…Vaak gaat het zo snel dat we het amper doorhebben, maar als je heel goed kijkt, zul je het ontdekken. We denken de hele dag door, en elke gedachte brengt een gevoel teweeg. Al zijn we ons daar niet altijd van bewust, toch heeft elke gedachte een bepaalde frequentie en gevoelswaarde. Het bekende voorbeeld van een glas water, dat half vol of half leeg is. De hoeveelheid water in het glas is een constante, maar onze gedachte over de hoeveelheid water in dat glas bepaalt ons gevoel erover.

Wat willen we echt?
Maar als het denken voorafgaat aan het voelen, waar gaat dat verlangen om ‘vanuit het hart’ te leven dan wèl over?
Het gaat over ons verlangen om onze gevoelens meer ruimte te geven en om ons hoofd en hart bij elkaar te brengen. Wat is zie is dat wij mensen – met name hier in het westen – de neiging hebben om onze gedachten, onze ratio, ongelofelijk belangrijk te maken. Er wordt enorm veel waarde aan het verstand gehecht. Onze gevoelens komen –zeker in maatschappelijk context zoals school of werk- meestal op de tweede plaats.
En veel mensen zijn dat zat. Ze missen een wezenlijk deel van hunzelf, hun gevoelens. – In feite missen ze nog meer dan hun gevoelens, ze missen ZICHZELF, maar dat alleen terzijde, want ik zou het voor nu simpel houden. Terug naar het thema ‘hoofd’ versus ‘hart’…- Als de gevoelens onvoldoende mee mogen doen, dan ontstaat een afsplitsing in jezelf en dat voelt helemaal niet goed. Mensen willen ‘stromen’, willen voelen dat ze leven, en daarvoor is je verbinding met je gevoelens cruciaal. Verbinding met gevoelens geeft ook verbinding met het lijf. De gedachten vinden in het hoofd plaats. Het voelen gebeurt in je lijf. Als je voelt, komt ook je lijf meer tot leven, de energie gaat stromen en dat voelt nou eenmaal heel lekker. We willen niet alleen denken, we willen onszelf ook voelen.
Als mensen dus klagen dat ze ‘uit hun hoofd’ willen ‘in hun hart’, dan bedoelen ze eigenlijk dat ze ernaar verlangen dat hun gevoel helemaal mee mag doen.

Er is niets mis met ‘het hoofd’
WaO met toezichthopudesrDSC_0674

Maar vanuit onwetendheid geven we ‘het hoofd’ de schuld eraan dat we zo weinig voelen. We proberen dan bij voorbeeld ‘minder te denken’. Een hopeloze onderneming. Want of we willen of niet, die gedachten blijven komen. En gelukkig ook weer gaan. Vanuit de frustratie dat onze gevoelens vaak minder welkom zijn en minder gewaardeerd worden dan ons denken, worden nu de rollen omgedraaid. Het voelen wordt verwelkomt en het denken veroordeeld. Maar daarmee ontkennen we de kracht van onze briljante mind en idealiseren we het voelen. En creëren we opnieuw een kloof…
Er is niets, maar dan ook niets mis met ‘denken’. Denken is prachtig. Het kan enorm intelligent zijn, super creatief, vindingrijk, open, geniaal…Het denken levert fantastische ideeën op, het verzint verhalen, het creërt waardevolle oplossingen voor problemen, en het denken brengt juist prachtige gevoelens teweeg, mits we ons ervoor openstellen. Denk maar aan liedteksten of gedichten, waar je van houdt. Ze bestaan uit woorden, komen dus voort uit gedachten, en we kunnen enorm veel bij voelen en er intens van genieten.
Het is alleen niet aan te raden om alle gedachten, die je denkt, te geloven ;-). Als we ons helemaal identificeren met onze gedachten en die tot waarheid verheffen, ja, dan hebben we een probleem. Dan verliezen we ons in onze gedachten of zijn onze gedachten ons de baas. En dat is verschrikkelijk. Het geeft een machteloos gevoel. Alsof je overgeleverd bent aan je gedachten. Maar JIJ BENT je gedachten niet. Het zijn maar gedachten. Meer niet. Ze komen en gaan, net als je gevoelens trouwens. En JIJ bent de baas. Jij bepaalt aan welke gedachten je aandacht gaat besteden en aan welke niet. Jij bepaalt wat je doet met je gedachten, of je alsmaar energie wilt geven aan hetzelfde draaimolen van negatieve gedachten, of dat je erna wilt kijken om er op een slimme manier over na te denken. Als we bereid zijn om te kijken naar onze gedachten, dan brengen ze ons bewustzijn en bewustzijn is bevrijdend.

Een clown met hoofd en hart
Vanuit de beschreven frustratie zie ik bij mensen vaak een weerstand tegen ‘denken’. Begrijpelijk, maar voor de clown funest. De clown heeft zijn hart nodig in zijn spel, hij heeft zijn voelende aanwezigheid nodig en beschikt in het ideale geval over de hele emotionele toonladder, maar hij heeft zeker ook zijn creatieve en bewuste ‘brain’ nodig. Behalve spelimpulsen, spontaniteit en emotie, vraagt spelen ook om inzicht, om overzicht, om structuur, om ideeën, om helderheid. Als je een act maakt, dan luistert dat naar bepaalde wetten, dat vraagt om intelligentie. Ook het improviseren als clown vraagt om intelligentie. Terwijl de clown zich helemaal geeft aan zijn spel van dat moment, moet hij ook de gehele situatie overzien, keuzes maken en op wat even later komt. De clown is geen spelend kind, althans niet in mijn visie. De clown is een uitermate wijs figuur, die volledig gebruik maakt van het spelende kind, dat hij in zichzelf heeft bevrijd en geintegreerd. Maar hij is veel meer dan het spelende kind alleen.
Walking-as-One-handsIk zie in mijn opleiding ook regelmatig dat mensen opzien tegen het maken van act’s. Dat heeft vaak te maken met de weerstand tegen ‘denken’, tegen structuur, tegen iets vastleggen. Eigenlijk, zou je kunnen zeggen, weerstand tegen het ‘mannelijke aspect’. Vanuit de ‘overdosis’ aan mannelijke energie in onze maatschappij heel begrijpelijk. Maar het is doodzonde om het kind met het badwater weg te gooien. De ervaring leert dat mensen er uiteindelijk vaak veel aan hebben, aan het maken van act’s. Het doet het spel en de mensen ‘rijpen’, volwassener worden.
Aiaiaiai…ik voel het kriebelen en zie alweer een nieuwe blog aankomen…”Over de zin en nut van het maken van act’s”… Maar eerste deze afmaken…

Spelen vanuit je hart? Vanuit je hoofd? Of vanuit…?

Is mijn conclusie nou dat de clown dus niet vanuit zijn hart speelt maar vanuit zijn hoofd? Nee! Nee, echt niet! Het denken gaat weliswaar vooraf aan het voelen. Maar ook het denken is niet ‘de bron’. De clown speelt vanuit een bron die het denken en voelen overstijgt. Want waar komen gedachten en gevoelens vandaan? Wat bezielt ons anyway…;-)?
In deze blog wou ik vooral ingaan op de verwarring rond het thema ‘spelen vanuit je hart of vanuit je hoofd’.
In mijn opleiding leer ik clowns om te spelen vanuit hun ESSENTIE.
Vanuit wie en wat ze werkelijk zijn.

Maar het is laat, en ik ga slapen…
Beschouw mijn conclusie als cliffhanger voor mijn volgende blog “Spelen vanuit essentie”.
Wel trusten…

Ik ben reuze benieuwd hoe het thema in jou resoneert. Met een reactie onderaan deze blog maak je me heel blij. Bedankt alvast!

“GEPREZEN ZIJN WIJ, spelen met een pauselijk document”, door Circe Serpenti, mei 2016

 

 DSCN3427

De opdracht

Een kerkelijke organisatie vroeg mij een bijdrage te leveren als clown bij een studiedag. Deze studiedag ging over een pauselijk document omtrent mens, schepping en milieu. De organisatie vroeg aan mij of ik de taaie inhoudelijke kost creatief wilde verbeelden. Onderdeel van de opdracht was om de act zeven keer achter elkaar op te voeren, omdat in de opzet van de studiedag er steeds verschillende groepjes langs kwamen.

Ter voorbereiding bestudeerde ik globaal het pauselijk document en ging ik op zoek naar wat de essentie van dat stuk voor mij was. Ik bracht het terug naar één thema om er de clownse eenvoud in te kunnen gaan zien. Voor mij was het thema: van ‘ik-gericht zijn’ naar ‘wij-gericht zijn’.

 

Wat ga ik doen?

De titel van de pauselijke encycliek inspireerde me: Laudato Si. Italiaans voor: geprezen zijt Gij. Ik speelde grotesk met ik-gerichtheid: geprezen ben Ik! ”Laudato Mi!” Mijn clownspersonage houdt wel van een Italiaanse jabber  

De opgegeven locatie, het bos, begeesterde me voor het idee en de vorm van de act.

Een clown wandelt door het bos, gaat picknicken en laat daarbij een zooi aan picknick spullen achter. Met een theedoek als picknickkleedje vliegen de pizzadozen, sappakken en vlaflessen door het bos. Na de picknick vertrekt de clown luidruchtig en wil alle zooi achterlaten. Dat roept reactie op bij het publiek. Inspelend op deze reacties komt de aanvankelijk hoge status clown tot inzicht dat ze het toch echt niet goed heeft begrepen: De zooi moet opgeruimd. Het draait niet alleen om ‘mi en mio’. Met meer minimaal clownsspel gaat de clown een kwetsbaarder contact aan met ieder in het publiek. Het spel ontwikkelt zich steeds meer naar een voelbaar ‘geprezen ben jij’ en ‘geprezen zijn wij’. Om de cirkel van de pauselijke encycliek rond te maken, prijst de clown ‘Gij’ in de natuur door een lied voor de bomen te zingen.

DSCN3429

En daar gaan we…

De weersomstandigheden werken vanuit clownsperspectief gezien goed mee. De dag ervoor was er continue natte sneeuw. Op de speelochtend zelf is het droog, ligt de temperatuur rond het vriespunt met een frisse wind en rijp op de bomen. Hoe heerlijk om dan als clown vol in het plezier “lekkere weertje hè” te zeggen en in de modder van het bos een picknick kleedje uit te spreiden.    

 Het is bijzonder om de act zeven keer achter elkaar te spelen. Mijn lijn voor de act ligt vast. Dit houvast geeft rust om me af te stemmen op het wisselende publiek. Bij de eerste opvoering ben ik nog bezig met de routine, de spullen en de handelingen. Bij de tweede keer komt er veel meer respons van het publiek, mensen komen  ineens veel dichterbij me staan, wat me toch even verrast. Ik had bij de eerste keer blijkbaar in mijn hoofd een soort beschermende scheiding aangebracht tussen ‘daar het publiek’ en ‘hier de clown’.
Me openen naar het publiek en de afstemming groeit met iedere act. Daardoor verloopt iedere clownse picknick anders. Ik merk dat ik steeds meer rust krijg in het spel. Ik zak meer in mijn eigen ruimte, in aanwezig zijn. 

Een blissvolle ervaring voor mij als persoon. Ik heb me groots gevoeld in dat bos en het bos was groots. Ik kijk met een warm gevoel op deze speelervaring terug

 “Als laatste voorwerp haalt de clown een warmwater kruik uit haar tas tevoorschijn. Het is koud buiten. Mensen hebben al flinke tijd van het programma buiten doorgebracht. Aan sommigen kun je zien dat ze het koud hebben. De clown gebruikt dit gegeven en laat zich raken. Er is ontmoeting met de ander. De clown deelt haar kruik, haar warmte.”

 Reacties van het publiek na afloop: “Het was hartverwarmend.” “Wat een plezier!” “De kern gepakt.”

 Wat neem ik mee?
Ik ben geboeid door mijn persoonlijke ontwikkeling die de werkervaringen in de clownspraktijk me geven. Ik merk hoe mijn creatiekracht meer gaat stromen, ik daarop ga vertrouwen en belemmerende patronen minder op de voorgrond een rol spelen. Oefening baart kunst, heb ik in het opleidingstraject de afgelopen twee jaar aan den lijve ervaren.

Qua werk vind ik het boeiend om de clown in te zetten met voorbereide acts en speelse ontmoetingen in settings waar mensen vooral inhoudelijk, cognitief worden aangesproken. Ik vind het een prettige uitdaging om de complexe inhoud te vertalen naar de eenvoud van de clown. De clown heeft naar mijn idee op bijvoorbeeld studiedagen, trainingen en congressen een meerwaarde doordat de clown een rechtstreeks appèl doet op ervaring, contact, voelen.   Geprezen zij de clown!

IMG_5809

 

Circe Serpenti                                                                                    

14 mei 2016

“BROOD? OF SPELEN? Clownen met bootsvluchtelingen op Lesbos”, door Angelique Martens, maart 2016

12079922_891309384271966_3413158930303432819_o

Een strand op Lesbos, mensen zitten op de rand van de weg, kinderen rennen wat heen en weer. Er is even geleden een rubber bootje aangekomen. Mensen wachten op de bus naar het registratiekamp. We lopen wat voorzichtig rond. Wat kan je doen in een omgeving waar mensen net voor hun leven zijn gevlucht en doodsangsten hebben uitgestaan op een rubberen boot…?
We hebben spullen om uit te delen, het is fijn dat we ook wat te geven hebben. Jet begint met schmink. Dat is leuk, alle kinderen willen ook een rode neus. En blauwe strepen. En groene strepen. Jet is goed bezig. Ik heb geen schmink, dus ik loop door. Ik speel met vingerpoppetjes en geef er af en toe eentje weg. Dan kunnen we samen spelen. Alleen overwint het verlangen tot bezit het bij de kinderen van het verlangen tot spelen. 1610819_915243115218413_6326079883431004159_nZoals wel vaker gebeurt bij kinderen. En bij volwassenen. Dan ben ik alleen nog maar aan het uitdelen en alles eerlijk aan het verdelen. Dat gaat soms zo hectisch dat ik niet meer weet wie ik wat heb gegeven. En het ene zielige gezichtje na het andere komt opdagen. Voor het broertje. Voor het zusje. Voor het neefje of nichtje.

Wie is het zieligst?

Een meisje met streepjesbroek en een witte patronentrui komt op me af.
Ze wil een knuffelpop, maar ze heeft er al een gehad en ik heb niet wat ze hebben wil. Armen over elkaar, nukkig gezicht. Tsja, wat nu. Ik ben hier toch om de kinderen op te vrolijken. Ik doe ook mijn armen over elkaar en kijk nukkig terug. Ze kijkt me schuin aan en haar mond trekt een beetje omhoog. Ze doet haar armen nog strakker over elkaar en trekt een nog nukkiger gezicht. Ik probeer haar te overtreffen in nukkigheid. Een beetje spannend, ik heb geen idee of ze beledigd zou raken of niet. Niet dat ik erover nadenk, dan had ik het misschien niet gedaan (want dan lijkt het net alsof ik haar niet serieus neem en met haar spot).
Ze moet lachen. We blijven elkaar overtreffen, nukkigheid gaat over naar huilen. We doen wie het meest ontdaan is en huilen zo dramatisch mogelijk, om de beurt. Er komen een paar jongere kinderen om ons heen staan. Die zien wel wat in ons spelletje en doen al vrolijk huilend mee. Eentje huilt en de anderen slaan bemoedigend op de rug, ‘oooh’ en ‘aaah’ roepend. Dat is het spel. En hoe dramatischer hoe lachwekkender.

12144777_10207932527180761_3016496880441977028_n

Op…

Later beland ik in een soortgelijke situatie. Een situatie waar ik me even geen raad mee weet, maar waarin ik wederom iets kan omdraaien. Kinderen om me heen, ze willen allemaal een ballon. Maar mijn ballonnen zijn op. Teleurgestelde gezichtjes. En maar ‘ballon ballon’ blijven roepen, zo smekend mogelijk kijken, je weet maar nooit.
Ik haal mijn schouders op, ik heb echt niks meer. Ik ga ermee spelen. Rare bewegingen om duidelijk te maken nee ik heb niks. Ze vinden het zowaar grappig en gaan mij weer nadoen. En af en toe komt er nog een ballon tussendoor. Ik draai het om, ik kijk de kinderen smekend aan en vraag om ballonnen. ‘Jee wat flauw van mezelf’, denk ik nog. Maar ze vinden het grappig. Het wordt een spelletje… Zij gaan hard ‘ballon ballon’ roepen, en ik gag heel zachtjes terugroepen. Dan beginnen ze weer heel hard te schreeuwen. Daar schrik ik dan weer zogenaamd van en doe alsof ze heel stilletjes moesten doen. Ze gaan steeds harder schreeuwen, ze hebben de grootste lol. Ze zijn niet te stoppen, en dat voelt ook even spannend… Het lijkt wel alsof ze zo gretig zijn, geobsedeerd bijna, om een spel te spelen, om even los te gaan en plezier te hebben, dat ze niet bereid zijn om dat zomaar weer los te laten.

Spelen met dat wat er ECHT is

Wat een indrukwekkende ervaring voor mij…
Tussendoor de gedachten “ Ehhh, is dit nou clownen?” Voor mijn gevoel heb ik gewoon gespeeld met wat er was. Zonder na te denken of het wel kon, of ik het wel kon maken, of ik niemand zou beledigen. Anders had ik het waarschijnlijk niet gedurft, bang de ander te beledigen. Al spelende dacht ik vol ongeloof, kijk ons nou, doen wie het meest verdrietig is en het hardst kan huilen, in een situatie die zo schrijnend is dat ik nauwelijks hoef te doen alsof. En we lachen erom.

Spelen… Broodnodig!!!
 
 

“Als ik je vind”, clownen in het verpleeghuis, door Mirry van Doorn, februari 2016

 clown met hond

Het is de allereerste keer dat ik op een woongroep ga spelen met dementerende ouderen. Samen met mijn clownsmaatje van vorig jaar, Jeanette. Zij werkt daar en kent de bewoners. Maar ze vertelt me er nauwelijks over. Het is beter om ze zelf te leren kennen en hen open tegemoet te treden. We gaan de afdeling op, zonder afspraken of voorbereidingen. Spelen met wat er is. Maar om te voorkomen dat we echt niets te spelen weten, kunnen we terugvallen op een tas met wat attributen zoals een speeldoosje en een mini stoffer en blik. Maar wij hebben nog een troef, de beste, zo blijkt: mijn dochter Linde van 5 ½ die – omdat de stroom is uitgevallen – uitgerekend vandaag een schoolvrije dag heeft. Al eerder speelde zij met mij en met de toen nog 1e jaars clowns in juni van dit jaar op straat. Ze vindt het fantastisch dat ze mee mag. Haar neus valt steeds af en zit niet lekker, dus die heeft ze op het laatste moment maar thuis gelaten. Maar schaap, haar knuffel is wel van de partij.

 

Clowntje kom maar binnen met je knecht

Zodra ik mijn clownskleren aan heb, ben ik clown. Ik voel me anders, begin anders te lopen, te kijken, open mij meer voor de wereld om me heen. Er zijn voorzichtige ontmoetingen op de afdeling, het eerste contact, het aftasten, er bij gaan zitten aan tafel, eens iets uitproberen. Voorzichtige eerste stappen die soms een glimlach of iets anders teweegbrengen en soms eindigen in een doodlopende weg.

Ik leen een rollator. Daar droom ik al tijden van om daar een act mee te verzinnen. Er komt iets stouts in mij boven als ik ‘m pak. Als een oude vermoeide clown loop ik de volgende woonkamer binnen waar 3 wakkere vrouwen aan tafel zitten en verwachtingsvol naar mij kijken.

“Hè, hè, poeh, nou, wat ben ik moe zeg van al dat lopen. Mag ik hier even komen zitten?” vraag ik. Ik vertel dat ik helemaal van de andere kant van de gang kom. Ze knikken en ik ga zitten en strek overdreven even lekker de benen. “En wie is dat kleine meisje?“ vraagt een van de vrouwen. “Dat is mijn kleindochter.” (Want ja, ik speel een oude clown.) “En wat heeft ze daar voor lieve knuffel?” Linde neemt het gesprek van mij over en laat haar knuffel zien. Het ijs is gebroken. De dames hebben niet zo’n lieve knuffel (meer) en ik vertel dat ik soms de knuffel van Linde stiekem een nachtje leen omdat hij zo lekker zacht is. Verbazingwekkend, neemt mevrouw Bernard het op voor Linde. Dat mag niet. Het is haar knuffel! Ik ben stout! Om een lange dialoog kort te maken, mag mevrouw Bernard mij als wijze van straf mij op de billen slaan. Iets waar ze schijnbaar veel plezier in heeft en de rest ook.

Mevrouw Bernard speelt als hardste mee, terwijl de andere dames met een glimlach het tafereel volgen. Zij mag van mij met haar vuist op tafel slaan, terwijl ze roept: “Ik wil (…)”. Alleen weet ze niet zo goed wat ze ook al weer wil. Ze lacht om alle clownsvoorstellen die ik doe, terwijl ik met de vuist op tafel sla en zij het nadoet.

Met de andere dames aan tafel wordt er nog uit volle borst gezongen “clowntje kom maar binnen met je knecht”, terwijl Linde en ik onze entree opnieuw door de deur maken. Jeanette en ik dansen verliefd samen op de muziek van het speeldoosje en dan is het tijd om weer te gaan. Er wordt om kusjes gebedeld als Jeanette en ik weg willen gaan en natuurlijk krijgen de dames die. En de clowns krijgen er een terug. Wat een groot cadeau!

 

Een wonderlijke ontmoeting

“Hé, een meisje! Wat is ze lief.” “Kom eens hier.” Een uitnodigend gebaar met zijn arm. Een meneer met een prachtige sonore stem. Terwijl hij mijn dochter Linde af en toe een aai over haar wang geeft of even teder door haar haren strijkt, gaat hij verder:

“lief gehad maan was witten –

Hoe die leste en groot zeggen zou

Want is gekomen maar niet wachten

Zacht in snakken, vermikten vol – gevolgen”

En na deze regels die klinken als een melodisch voorgedragen vers, volgen nog vele poëtische zinnen. Ze klinken als een coherent verhaal, maar ik kan er geen touw aan vastknopen door de bizarre onverwachte zinswendingen en vreemde woorden die ik niet ken, maar in zijn taal volkomen begrijpelijk lijken.

Met grote verwonderde ogen kijkt Linde de meneer aan. Ze laat toe hoe hij haar af en toe aanraakt, naar haar lacht. Ze lijkt bespeeld door zijn voordracht. Zo ook ik, in mijn clown zijn, luister stil en ontroerd naar zijn zangerige woorden. Ik hang aan zijn lippen, naast zijn stoel, op mijn hurken.

naamloos (11)Hij sluit af met een tedere kus op Linde ’s wang. Alsof hij zojuist haar schoonheid beschreef.

Hij lacht naar mij en bekijkt mij eens goed, tikt met zijn vinger op mijn rode neus en zegt: “Je lijkt op mijn vader. Ja ja. Mooi”. En dan weer een prachtige onbegrijpelijke zin. Zijn ogen lachen mee. Aan de glinstering begrijp ik dat hij mij een compliment maakt. En ik zeg: “Dank u wel.”

“U weet toch wel dat ik een meisje ben?” zeg ik plagerig. En draai voor hem in het rond om mijn clownsjurk te showen. “Jaja, weet ik”, lacht hij. “Je bent precies mijn vader. Ook zo verbant met joggen ingeklukt wants botten neus. Ja.” En weer tikt hij met zijn vingers een paar keer op mijn rode neus en knikt me daarbij vriendelijk toe.

Dan valt zijn oog op de poppenbezem waarmee ik eerder de vloer heb staan aanvegen en die Linde nu in haar hand heeft. Hij zegt een onbegrijpelijk woord maar maakt een gebaar naar de bezem. Linde legt de bezem in zijn handen.

“Kijk”, zegt hij, terwijl hij de bezem voor hem horizontaal tussen zijn beide handen neemt. Zijn handen vertellen een prachtig verhaal, geven aanwijzingen op stok – en bezemgedeelte, glijden er soepel over heen, tonen de gladheid, testen het materiaal door er op te kloppen. Met zijn melodisch verslag, ondersteunt hij zijn handelingen. Volkomen eigen logica. Ik laat de klanken bij mij naar binnenstromen en ben oprecht verwonderd. Ik zie de meneer zichtbaar genieten van onze aandacht. Dan geeft hij de bezem terug aan mijn dochter en maakt een lichte teleurgestelde indruk, terwijl hij zucht: “Het is niet meer.”

“Het is niet meer?” vraag ik hem? “Zijn we iets kwijt?” vraag ik hem gespeeld geschrokken. “Ja, kwijt”, zegt hij opgewonden en opeens staat hij op en pakt mijn hand beet. Hij sloft met mij rond op zoek naar iets. “Wauw, spannend, we gaan iets zoeken!” Tegen iedereen die we tegenkomen in de gang vertellen we dat we aan het zoeken zijn naar iets wat we gaan vinden. Eerst de grote clown, dan de kleine en dan volgt de meneer met een bevestigend “Ja, Ja” en een onbegrijpelijke zin met daarin opeens de bekende woorden ‘vinden’ en ‘zoeken’. Als we lachen omdat ik steeds herhaal dat ik zo benieuwd ben naar wat we zullen vinden, wordt hij steeds enthousiaster.

Na de gang op en neer en een klein intermezzo met een andere meneer , – die ook al met zo’n mooie resonantie in zijn stem een filosofisch commentaar lijkt te geven op ons spel en ons bedankt voor ons korte bezoek,- zet hij zich vermoeid maar voldaan in een luie stoel op de gang. Mijn hand houdt hij nog steeds vast, dus ik kan niets anders doen dan bij hem op de stoelleuning kruipen.

Even rusten. “Ja”, zegt hij, – hij vond het reuzeleuk. Nee, we hebben nog steeds niets gevonden. Maar dat geeft niet. We hebben elkaar even gevonden. Wat mooi dat hij mij even meenam in zijn wereld; hij mij toeliet. Wat een wonderlijke ontmoeting, wat een plezier.

“Gaan we de volgende keer verder zoeken?” “Ja, Ja hoor.” Een handkus, dit keer van mij voor deze mooie meneer. Een zwaai, een grote glimlach en ik stap weer terug in de ‘andere werkelijkheid’. Niet alleen hij, maar ook ik, zijn even ‘het gelukkige kind’ geweest.

“Licht-gevende theepotten en clowns in Rusland” door Marleen van Os, januari 2016

 IMG_2991
 
Het is de zevende keer dat ik als clown Rusland bezoek. We gaan via het Gesundheit Institut! van Patch Adams met een groep van 30 clowns  met 10 nationaliteiten naar weeshuizen, ziekenhuizen, daklozenopvang, bejaardenhuizen en terminale kinderen thuis. 2 weken in een bus in Moskou en St. Petersburg.
In de jaren 60 heeft Patch Adams de clown uit het circus gehaald en in het ziekenhuis gezet om het welzijn van zijn patiënten te verbeteren. En 31 jaar geleden is hij als Amerikaanse clown voor het eerst naar Rusland (toen nog de Sovjet Unie) gegaan om de “vijand” te bezoeken. Hij ziet de clown als een middel om liefde en vriendschap te delen.

 
Maar heeft het wel nut?

De kinderen kijken altijd uit naar ons bezoek. De leefomstandigheden zijn grimmig en we zien veel armoede, ondervoeding en problematiek zoals HIV. Om deze kinderen achter te moeten laten na een bezoek van anderhalf uur is altijd weer moeilijk. Ik heb me vaak afgevraagd of het wel nut heeft wat we doen: we brengen ze een lichtpuntje om ze vervolgens weer in de duisternis te laten zitten. Deze reis kreeg ik vanuit onverwachte hoek antwoord op deze vaak.
 
In Moskou bezochten we een daklozen opvang. Niet de makkelijkste plek om te spelen als clown. 6 stapelbedden in iedere kamer, met mannen die oorlogen hebben meegemaakt en vaak niet zitten te wachten op een clown. Ik kom met mijn maatje op een kamer, waar een man zorgvuldig moppen uitkiest uit een boekje en ze aan ons voorleest. Hij laat een stilte vallen, wat voor ons het teken is om te lachen. Hij weet ook dat we geen woord Russisch verstaan, maar hij zoekt met veel plezier de moppen voor ons uit.

Nou en of…

Nadat we zijn uitgelachen vertrekken we en komen we iemand tegen op de gang. Een oude bekende blijkt, die ons al bleek te zoeken, want hij had gehoord dat de clowns weer kwamen. Vorig jaar konden of mochten we niet komen (dat is nooit helemaal duidelijk).
2 jaar geleden hebben we op zijn kamer naar Beatles muziek geluisterd en van een theepot een versterker gemaakt omdat het geluid op zijn telefoon vrij zacht was.

theepot

Hij neemt ons mee naar een slaapkamer. Er liggen wat mensen te slapen, maar dat hindert niet volgens hem. Hij haalt een koek uit een kastje en snijdt hem in 2 stukken. Ik vermoed dat hij net genoeg geld heeft voor 1 koek. Ergens tovert hij een verfrommelt citroentje tevoorschijn. Hij snijdt er met grote zorg een stukje af en dit gaat samen met 6 scheppen suiker in de thee.
Hij is blij dat we er weer zijn en heeft dit allemaal geregeld voor ons. Ik speel “Imagine” op mijn ukelele en neem me voor toch meer liedjes van de Beatles te gaan oefenen.
 
Twee jaar heeft hij op ons gewacht en al die moeite voor ons gedaan. Dus dat lichtpuntje wat we toen ontstoken hebben, brandt nog steeds. En dat maakt het voor mij de moeite waard om helemaal naar Rusland af te reizen.

oksana1
 
www.marleenvanos.nl

“Broodnodige lol… Clownen in de crisisopvang”, door Sylvia van Opdorp-Stijlen, november 2015

crisisopvang polonaise

Soms heb je een inspiratiebron nodig die je er onbewust toe zet om een wens, een idee, een gevoel om te zetten in actie. Voor mij was dat onder andere zielemaatje Deborah ter Horst, die op een dag een post plaatste over clownen bij een crisisopvang. “Dat wil ik ook!”, dacht ik.

Mijn zoektocht begon naar waar en hoe en wat. Schoorvoetend mailde ik een gemeente die net sinds die dag een crisisopvang van 2 maal 72 uur had in een sporthal. Dat ik mij realiseerde dat het verre van eerste levensbehoefte is en mensen eerder warme kleding eten en een bed nodig hebben. Maar dat ik toch graag als clown op bezoek zou willen komen voor de kinderen van de gezinnen. Zodat ze weer even kind kunnen zijn. Misschien even kunnen lachen en hun hart openzetten. En wellicht zelfs hun ouders een glimp van een glimlach op hun gezicht doen toveren omdat hun kinderen even vergeten waar ze in zijn beland. En bam! Wat een enthousiaste reacties. Ik mocht dat weekend nog komen en mocht nog meer clowns meenemen!

 

Plannen bijstellen

Dat eerste bezoek was heftig en net zo onvergetelijk voor de kinderen als voor onszelf. Het voelde als een bizarre mix van droefheid en intens plezier. Zo’n troosteloze sporthal met veldbedden rij aan rij, achter schotten voor tenminste die minimale privacy. Maar waar dan weer wel hele lieve tekeningen opgehangen waren van Nederlandse schoolkinderen, om het een beetje op te fleuren. Grote blijdschap op die gezichtjes toen we binnenkwamen. Verraste blikken van ouders, voorzichtige glimlachen erbij. En hier en daar een hoofd om de hoek van achter de schotten vanwege al die commotie. Met de ervaring van CosaNosa in het achterhoofd dachten we een aantal scenes met elkaar te gaan improviseren. Dat werd hem dus niet… de kinderen waren door het dolle heen en hadden veel meer aan korte een-op-een contactmomenten, of simpelweg in een lange polonaisefanfare lekker herrie maken. Dikke pret  ook met de stoelendans, want die clowns snappen er echt niks van.

crisisopvang groepsfoto

 

Bijzondere momenten

We hebben nu een paar keer in een crisisopvang gespeeld. Natuurlijk is dit deels ‘gewoon’ clownen. Het contact dat mogelijk wordt gemaakt juist door die rode neus is een fantastisch gevoel en is contact van hart tot hart. Maar het zijn die bijzondere momenten die het toch net even anders maken, die mijn hart doen overstromen van ontroering, verbazing, droefenis, warmte.

Zo was er bij de eerste crisisopvang dat kindje dat mijn hand vastpakte en niet meer los wilde laten. Het raakte me diep. Wilde ik zelf ook niet!

Of het meisje van twee turven hoog dat ons een uur lang alleen durfde aan te kijken vanonder mijn tutu. Na anderhalf uur was zij de leider in een lange sliert van kinderen en clowns die elkaar nadoen met veel kabaal en plezier.

En het meest aangrijpende… een dame die naar mij toekwam met haar telefoon omhoog. Oh, een selfie, dacht ik. Leuk. Maar ik zag niet een clown en de vrouw die het vroeg, ik zag eerst wat blokjes, vage beelden die steeds scherper werden. My baby, zei de vrouw. In Irak. En daar stond ik dan, brok in mijn keel, met heel mijn hart te zwaaien, clown in Nederland naar een klein droppie thuis in Irak…

Sylvia van Opdorp-Stijlen (met tutu)

IMG-20151031-WA0005